Wanneer je als wijkverpleegkundige werkt in een buurt én meebeweegt in De Buurt als Ecosysteem, verschuift er iets. Werk wordt meer dan werk. Er groeit het besef dat je misschien altijd al onderdeel was van iets groters: niet alleen van individuele levens, maar van de buurt zelf. Wijkverpleegkundigen Mirjam en Patricia nemen je mee in hoe hun blik en hun vak, langzaam verandert.
“Ouderen? Dat was niets voor mij”
Mirjam lacht als ze terugdenkt aan haar begin. “Mijn ambitie was het echt niet om met ouderen te werken,” zegt ze eerlijk. Ze kwam uit de acute psychiatrie. Ouderen associeerde ze met traagheid, met klagen. Tot ze een nieuwe uitdaging zocht die beter paste bij haar gezinssituatie en haar buurman Theo haar wees op een vacature bij Buurtzorg. “Ik dacht: waarom niet, ik ga het proberen.”
In Schalkwijk gebeurde iets wat ze niet had verwacht. “Het team was fantastisch. En ik ontdekte iets heel anders dan dat beeld in mijn hoofd.” In plaats van klagen hoorde ze levensverhalen. Veerkracht. Humor. “Je komt bij mensen thuis, je ziet hoe ze wonen, hoe ze hun leven hebben ingericht. Ik heb de ouderen echt in mijn hart gesloten.”
Een zij-instroom met een open blik
Patricia kwam via een heel andere route de zorg in. Ze werkte eerst totaal ergens anders namelijk in de retail. “Ik wilde iets doen wat ertoe deed. Niet oppervlakkig.” Op een verjaardag raakte ze in gesprek met een wijkverpleegkundige van Zorgbalans. Vrijdagavond stuurde ze een berichtje, zondagochtend liep ze al mee in de wijk.
Ze begon werkend-lerend, volgde opleidingen, liep stage in het ziekenhuis en startte een traineeship in het Spaarne Gasthuis. Maar uiteindelijk trok de wijk haar het meest. “In het ziekenhuis is zorg kortdurend. Thuis kan ik het hele plaatje zien. Wat heeft iemand nodig om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen?”
De buurt door twee brillen
De buurt waarin Mirjam en Patricia werken is prachtig. Oud, karaktervol, vol creativiteit en contrasten. “Als buurtbewoner ken je het als een leuke buurt om een rondje te lopen, koffie te doen, een kroegje te bezoeken. Het is echt divers, arm en rijk door elkaar, creatief, laaggeletterd, alles samen. Dat maakt het leuk.”
Maar zodra je er als wijkverpleegkundige kijkt, zie je ook iets anders. Mirjam: “Scheve straten, hoge drempels, kleine winkels waar je met een rollator nauwelijks binnenkomt. Geen openbare toiletten of plek waar je een scootmobiel kwijt kunt. Het ziet er mooi uit, maar het is vaak onpraktisch.” Ze vindt het indrukwekkend hoe mensen zich staande houden in oude pandjes. “Hoe ze blijven zoeken naar manieren om het toch te laten werken.”
Patricia vult aan: “Het laat ook zien wat er wél kan. Mensen zijn ongelooflijk creatief in oplossingen om langer thuis te wonen.”
De buurt als ecosysteem
De echte omslag kwam toen ze betrokken raakten bij het idee van de buurt als ecosysteem. Mirjam herinnert zich hoe het begon. “Binnen Buurtzorg werden die ideeën al rondgestrooid: hoe zorg je voor een zorgzame buurt? Hoe kijk je vanuit een specifieke buurt naar zorg en de omgeving?” Het raakte iets persoonlijks. Ik had altijd al de wens om dit in mijn eigen buurt te doen. Het voelde gewoon goed.”
Patricia sloot later aan. Ook zij merkte dat er in haar eigen team scepsis leefde. “Collega’s dachten eerst: het klinkt een beetje abstract. Maar al snel zagen ook zij de meerwaarde. In de opleiding leer je over samenwerken met de buurt, maar in de praktijk komt het er vaak niet van. Nu merkte ik meteen: de lijnen worden korter.”
Muurtjes die verdwijnen
Wat ze zien gebeuren, is subtiel maar krachtig. “Er zijn echt muurtjes afgebroken,” zegt Patricia. “Eerst was het: dit is van mij, dat is van jou. Nu draag je samen de buurt.” Zorgorganisaties, welzijn, buurtinitiatieven, ze kennen elkaar steeds beter en weten elkaar te vinden.
Een meneer waar ze eerst zeven dagen per week zorg voor leverden, bloeide op toen ze hem koppelden aan iemand uit de buurt. “Ik heb stelde hem voor aan de sociaal makelaar van Buurts. Uiteindelijk konden wij hierdoor de zorg afbouwen. Hij leeft helemaal op, omdat hij nu vaste momenten in de week heeft waarop hij anderen ontmoet en gezien wordt.
Ook bij de wandelgroep zijn de lijnen kort. Als iemand een tijd niet komt, checkt de activiteitenbegeleider bij ons team hoe het gaat. Dan kunnen wij aangeven of er niets aan de hand is, of juist wel. Dat contact maakt zoveel verschil.”
Minder overnemen, meer mogelijk maken
De verandering zit ook in hun vak. “Vroeger schoten we automatisch in de verzorgende stand,” zegt Mirjam. “Wassen, afdrogen, alles overnemen. Nu is er een steeds meer die andere blik. Is dit echt zorg die nodig is? Of kan iemand, met hulpmiddelen of hulp uit de buurt, zelf iets blijven doen?”
Dat is niet altijd makkelijk. “Ik vind het soms lastig om op mijn handen te zitten,” geeft ze toe. En ook cliënten en mantelzorgers moeten wennen. “Mensen belden: ‘Hoezo doen jullie niks?’ Dat was een leerproces. Wij zijn er daar waar zorg waar het echt nodig is.”
Mirjam noemt een klein voorbeeld dat veel zegt. “Een dame kan haar oogdruppels niet zelf toedienen. Tegelijk zit ze elke middag te kaarten. Nu spreken we af dat ze haar druppels meeneemt en iemand van de kaartclub helpt. Dat voelt eerst als een enorme drempel, maar uiteindelijk vinden mensen het helemaal niet vervelend. En tijd terug zouden wij dit misschien dan toch hebben opgepakt vanuit de zorg.”
Opvoeden van een nieuwe generatie ook voor jezelf
Wat hen misschien wel het meest raakt, is wat het met mensen doet om actief onderdeel te zijn van de buurt. “Cliënten worden ineens weer onderdeel van de samenleving,” zegt Patricia. “Ze voelen dat ze erbij horen, dat ze ertoe doen.” Mirjam ziet de energie stromen in de buurt. “Mensen worden écht blij van wij met elkaar doen, en ze nemen dan ook weer anderen mee. Die beweging voedt zichzelf.” Voor henzelf maakt het werk het leuker en lichter. “De lijntjes zijn korter, je staat er niet alleen voor,” zegt Patricia.
Als Mirjam vooruitkijkt, denkt ze ook aan haar eigen toekomst. “Ik hoop dat ik later mijn eigen zo buurt goed ken. Dat ik durf te vragen. Je voedt eigenlijk een nieuwe generatie op: zorgen doe je samen.” Patricia knikt. “Niemand vindt het uiteindelijk vervelend om iets voor een ander te doen.”
De buurt is voor hen geen abstract iets meer waar zorg wordt geleverd, maar een levend geheel waarin alles met elkaar samenhangt. Mirjam en Patricia zijn nog steeds wijkverpleegkundigen, met een vak en een professionele verantwoordelijkheid. Tegelijk zijn ze ook buurtgenoten geworden. Dat vraagt iets: durven zien dat je zelf onderdeel bent van dat ecosysteem. Niet alleen in de buurt waar je werkt, maar ook in de buurt waar je woont. De grens tussen werk en privé wordt dan minder scherp, soms misschien ongemakkelijk. Maar juist daar, in die lichte spanning, lijkt iets nieuws te ontstaan. Iets wat past bij deze tijd, waarin zorgen steeds minder een individuele taak is en steeds meer een gedeelde beweging.
Tekst: Jori Alkemade